Ritualen van de
Hoge Graden
2e Orde
– die van Schots Meester
1787
Beschrijving van
de benodigdheden.
Er
zijn drie ruimtes nodig.
De
eerste is de Kamer van Voorbereiding, de tweede Geheim Gewelf en de derde de
Tempel in zij n volmaaktheid.
De
eerste kamer, die van voorbereiding is zeer sober ingericht. De candidaat wacht
er in stilte tot hij wordt gehaald.
De
broeder voorbereider zal hem op gepaste wijze kleden met een wit overkleed, rood
omrand, met een rode ceintuur op zijn Grieks.
De
candidaat worden zijn wapens ontnomen; zijn haren hangen los naar achteren; het
hoofd is ontbloot; een voet is bloot ende ander in een slof gestoken.
De
tweede kamer, het geheim gewelf, is ingericht als een onderaards gewelf; de
muren zijn met rood behangen. In het midden van het Oosten staat een drie hoekig
pedestal van rood marmer, versierd met omlijst beeldhouwwerk. Op de twee
zichtbare zijden bevinden zich rechts een stralende zon en links een Vlammende
Ster met de letter G. Aan de rechterzijde is een geopende pas se r op een
kwartcirkel; tussen de twee punten bevinden zich de cijfers 3, 5, 7, 9. Bovenop
ligt een spitssteen, agaat kleurig.
In
het midden van de Zuiderkolom is een vierkante tafel geplaatst, in Dorische
stijl. Daarop liggen twaalf ronde broden, in twee groep en van zes. Daarbij twee
vaten, waarin wierook wordt gebrand. Midden op de tafel staat een gouden schaal,
waarin een mengsel van melk, olie, wijn en meel, alsmede een gouden troffel.
Daarnaast nog een gouden bokaal, gevuld met wijn en een stuk gebak.
In
het Noorden tegenover de vorengenoemde tafel is een altaar, waarop geofferd
wordt; er liggen een bijl en een mes op.
In
het Westen is een bak met water met daarbij een bankje, waarop de candidaat zo
kan zitten, dat hij zijn voeten in de bak kan doen. De drie hoofdofficieren zijn
voor zien van een hamer bekleed met rond fluweel en gouden franje.
De
tafels van de penningmeester end e secretaris zijn rechts en links geplaatst,
evenals in de voorgaande graden, zij zijn bedekt met een rood fluwelen kleed.
Er
zijn 27 lichten, in drie groepen van 9 n.l.
-
In het Zuid-Oosten 3 x 3.
-
In het Westen, bij de 1e Opziener, 8 + 1.
-
Bij de 2e Opziener 6 + 3.
De
uitstraling van die lichten wordt verminderd door er bij elke groep
transparanten voor te hangen, in stervorm. Die transparanten worden later in de
derde kamer verwijderd.
N.B.
De lichten, die nodig zijn om te kunnen werken, worden niet als symboliek
beschouwd en hebben geen voorgeschreven aantal.
De
derde kamer stelt de gereedgekomen Tempel voor. Het is dezelfde ruimte als de
tweede. Alle voorwerpen blijven op hun plaats, behalve het pedestal en de
transparanten, die worden verwijderd op het te noemen moment.
Achterin
deze kamer is een kleine ruimte afgeschut met een sluier in vier kleuren:
vlasachtig, purper, paars en scharlaken.
N.B.
Als de kleuren niet voorhanden zijn is de sluier rood.
Het
gordijn wordt op het aangegeven moment geopend.
Die
ruimte zal zo mooi mogelijk zijn ingericht. De naam van de Opperbouwmeester in
hebreeuwse letters is er op een in het oog lopende plaats in aangebracht.
Twee
gouden cherubijnen beschermen met hun vleugels het altaar. Een kandelaar met
zeven armen, met kaarsen klaar om te ontsteken staat vlak achter de sluier.
Het
tableau wordt met krijt getekend, evenals in de vorige graad.
Aan
de zuidzijde is een put, waarin juist loodrecht een straal valt.
Daartegenover
een brandend braambos. In het midden een geopende passer op een kwartcirkel;
tussen de punten de cijfers 3 - 5 - 7 – 9.
In
het zuiden is verder nog een tafel met gouden vaatwerk. Aan de noordzijde is een
opstijgende trap, beginnend in het westen, van 24 treden, met rustpunten na 3 -
5 - 7 - 9 treden. Voor de trap, in het westen, staat een groot vat. De
ondergrond van het tableau is zwart.
Het
schootsvel is wit, afgezet en gevoerd met rood. Op de klep is een Vlammende
Ster. Lager in het midden is weer de gekroonde passer op de kwartcirkel met te
midden daarvan een zon. Het gouden juweel is wederom een gekroonde passer op de
kwartcirkel met aan de ene kant de zon in het midden en aan de andere kant de
Vlammende Ster. Het hangt aan een breed, helrood cordon.
Alle
leden zijn uitgerust met een rode sjerp, van de rechterschouder naar de linker
heup. Allen hebben de degen in de hand. Zo mogelijk zijn er wat muzikanten.
Opening
Voorzitter
- Zeer Grote Meester.
1e
Opz - 1e Groot Opziener
2e
Opz - 2e Groot Opziener
ZG:
Broeder 1e Groot Opziener, zijn wij behoorlijk gedekt?
1e
Opz, gaat buiten kijken: Zeer Grote Meester, wij zijn behoorlijk
gedekt.
ZG:
Wie heeft u hier gebracht?
1e
Opz:
Mijn plichtsbesef en het verlangen om tot inzicht te komen.
ZG:
Wat brengt gij met u om waardig te worden bevonden?
1e
Opz:
Een zuiver hart, volijverig in de weer voor deugd en waarheid.
ZG:
Waar verricht u de arbeid?
1e
Opz:
In een onder aards gewelf.
ZG:
En wat is het doel van uw streven?
1e
Opz:
Het verwerven van de kunst om dat wat onvolmaakt is te vervolmaken en te geraken
tot de schat van ware moraal.
ZG:
Wat
was uw beloning?
1e
Opz:
Ik werd toegelaten in een oord van licht en glorie, waar ik mijn werk afmaakte.
ZG:
Hoe oud zijt gij?
1e
Opz:
Negen jaar.
ZG:
Hoe laat is het?
1e
Opz:
Volle middag.
ZG:
Wat bedoelt u daarmee?
1e
Opz:
Dat de zon vanaf zijn hoogste punt onze arbeid verlicht.
ZG,
*:
Als dan de zon op zijn hoogste punt is, is het tijd voor ons de arbeid aan te
vangen.
Broeders 1e en 2e
Opz, kondig in uw kolommen aan, dat ik de verheven Loge van Uitverkorenen in dit
Kapittel ga openen met de gebruikelijke geheimen.
1e
Opz:
Broeders in de Zuiderkolom, ik kondig u aan, dat de Zeer Grote de verheven Loge
van Uitverkorenen in dit Kapittel gaat openen.
2e
Opz:
Broeders in de Noorderkolom, ik kondig aan, dat de Zeer Grote de verheven Loge
van Uitverkorenen in dit Kapittel gaat openen.
ZG:
* *
*.
1e
Opz: ** *
**.
2e
Opz: ** *
* * * *.
ZG:
*** * * *
* *
*.
Broeders 1e, 2e
Groot Opzieners, laat het Woord tot mij komen.
Het
woord SCHEM HAMPHORAS wordt van de Opzieners uit door ieders kolom naar de ZG
fluisterend overgebracht.
ZG:
Volgt mij na, broeders.
Teken
van de sjerp, zie hierna
Applaus 3 - 5 - 7 - 9 als voren.
Vivat! Vivat! Vivat!
Broeders Groot
Opzieners en Verheven Meesters, het Geheim Gewelf is geopend voor werkzaamheden
van Schotse Meesters in dit Kapittel in zijn 2e Orde.
*.
Herneemt uw
plaatsen, Broeders.
Nu
krijgt de secretaris gelegenheid om de notulen van de vorige vergadering voor te
lezen. Dan worden eventuele bezoekers binnengelaten.
Als
dat gebeurd is verlaat de ZG zijn plaats en stelt zich aan het hoofd van een
stoet, allen twee aan twee en begeeft zich aldus naar de kamer van
voorbereiding. Bij de deur aangekomen vormen de broeders een haag.
ZG,
opent de deur en zegt tot Cand: Mijn broeder, wat verlangt gij?
Cand:
Mijn verlangen is om te worden toegelaten tot een Loge van Schotse Meesters.
Allen
knikken met het hoofd als teken van instemming en begroeting; dan keren zij om
en gaan weer terug na ar de Loge.
Cand
volgt aan het eind van deze stoet, tussen twee offerende en twee reinigende
Broeders met daarachter de Voorbereider.
Als
iedereen weer op zijn plaats is, wordt de Cand: tussen de Opzieners geplaatst.
ZG:
Broeder …, zijt gij Uitverkoren Meester?
Cand:
Een grot is mij bekend, enz.
Leergesprek
van UM.
ZG:
Mijn broeder, uw werkzaamheden tot dusverre hebben u tot een nieuwe ontdekking
gebracht. De beloften, die u zijn gedaan hebben ongetwijfeld uw ijver
aangewakkerd. Wij nemen aan, dat uw verlangen nu is ingegeven door uw zucht naar
kennis van het goede en ware. U zult aan hevige beproevingen worden
blootgesteld. Wij zullen van u het hoogste offer eisen. Zult u daartoe de moed
en overgave kunnen opbrengen?
Cand:
Ja.
ZG:
Gij broeders offerdienaren, geleid het slachtoffer naar het altaar.
2
Off laten Cand 3 x om altaar heen lopen en daarna knielen op een knie; grijpen
dan bijl en mes en houden die gereed om toe te slaan tot de volgende vraag.
ZG:
Mijn broeder, hebt gij u zorgvuldig gehouden aan alle maconnieke geloften, die
ge tot dusverre hebt afgelegd?
Cand:
Ja.
ZG:
Als u zich in de beklagenswaardige toestand zoudt bevinden, dat u wrok koestert
tegen een van uw broeders, zoudt u dat dan hier willen meedelen?
Cand:
Jawel.
ZG:
Stemt u erin toe om alle hartstochten af te zweren, die een deugdzaam man
onwaardig zijn?
Cand:
Zeker.
ZG:
Mijn broeder, uw overgave doet u genade vinden bij ons. Wij bootsen in dat
opzicht de Opperbouwmeester des Heelals na op het moment, waarop zijn meest
getrouwe dienaar het grootste offer ging volbrengen.
Sta op!
2
Off brengen Cand: naar het Westen.
ZG:
Broeder ..., het offer dat wij van u eisen is dat van elke handeling, die niet
de toets van passer en winkelhaak kan doorstaan en die de deugd kwetst.
Broeders
Reinigers, geleid de Cand naar de Schaal van Reiniging, opdat hij gereinigd
worde van alles, wat de onschuld kan beledigen.
2
Rein brengen Cand naar de Schaal, laten hem er 3 x rond lopen en vervolgens 9 x
de handen en voeten indompelen.
Zij
drogen de handen en voeten af en geleiden Cand tussen de Opzieners.
ZG:
Nu de reiniging van de Cand is voltooid verzoek ik u hem tot mij te brengen voor
het afleggen van de gelofte.
2
Rein brengen Cand naar altaar, waar reukstof brandt, laten hem er 3 x rond
lopen, en vervolgens 9 x de platte handen door de rook halen. Dan knielt hij op
de rechterknie.
ZG
steekt zijn degen uit, waarop Cand zijn rechterhand legt.
ZG:
Zegt gij mij na:
Ik, ..., zweer en
beloof, in tegenwoordigheid van deze vergadering om nimmer de geheimen van deze
graad te openbaren aan profanen, noch aan vrijmetselaren van een lagere graad;
om nimmer een goed
vrijmetselaar te miskennen, in welke toestand hij zich ook moge bevinden;
om steeds mijn
broeders met raad en daad terzijde te staan en hen nimmer aan te tasten in
vermogen, stand, of eer.
Bij inbreuk op
deze gelofte zal ik toe st aan, dat mij het ware Licht wordt ontzegd en zal ik
mij onderwerp en aan de minachting van alle aanhangers van deugd en waarheid.
2
Rein laten Cand opstaan en drie passen achterwaarts doen.
ZG:
Broeder, ..., de gelofte, die ge zojuist hebt afgelegd is een nieuwe band, die u
aan ons bindt. Het is nu tijd om uw volharding te belonen. Maar stel ons den
eerst het kostelijk pand terhand, dat zich bij u moet bevinden.
Cand
is wat in verwarring, geeft geen antwoord.
ZG:
Mijn broeder, ik heb u zo juist een zeer belangrijke vraag gesteld, Het is mij
onmogelijk om u toe te laten, als u niet geeft, waar ik u om vraag. Ik hoop, dat
mijn broeders u van deze formaliteit zullen vrij stellen, maar ik kan toch niet
verder gaan zonder ze te raadplegen.
Ga naar het
Westen.
2
Rein brengen Cand tussen Opzieners.
ZG:
Broeder 1e, en 2e Opziener, verzamel de stemmen en geef mij daarvan bericht.
Opz
halen stemmen op en tellen.
1e
Opz:
Zeer Grote Meester, er zijn drie stemmen tegen.
ZG:
Dan is het, Broeder ..., mij helaas niet mogelijk om verder te gaan met uw
inwijding. Wij zouden kunnen vrezen, dat u hetgeen u gezien en gehoord heeft,
zou kunnen verraden, maar u lijkt ons een goed vrijmetselaar.
Trouwens, de
gelofte, die u hebt afgelegd verzekert ons geheimhouding. Trek u terug!
Voorb
leidt de Cand naar buiten en leert hem daar de passen 3 - 5 - 7 - 9 en paswoord
EL-HHANAN, doet hem een groen koord om het lijf, waarvan het uiteinde van
achteren over de rechterschouder uitkomt; hangt hem een meestercordon om met
daaraan een gouden driehoek, waarop aan een kant de naam van de O:.B:.d:.H:. in
hebreeuwse letters. Daarna klopt hij aan de poort met 3 - 5 - 7 – 9.
1e
Opz:
Zeer Grote Meester, er wordt aan de Tempel poort geklopt.
ZG:
Br: 1e Opz, onderzoek wie toegang verlangt.
1e
Opz, opent deur: Wie klopt hier?
Voorb:
Het is Br …, die op zoek is gegaan en nu heeft gevonden wat de Zeer Grote
Meester hem heeft gevraagd.
1e
Opz:
Zeer Grote Meester, het is Br …, die op zoek is gegaan en nu heeft gevonden,
wat u hem heeft gevraagd.
ZG:
Laat hem binnenkomen!
Voorb
komt met Cand binnen.
Cand
houdt de driehoek in de hand en als hij tussen de Opzz staat:
El-hhanan.
Allen
maken teken van extase bij het aanschouwen van de driehoek.
ZG:
Mijn broeder, wij zullen u nu zonder dralen de beloning geven voor uw
volharding.
Treed nader!
2
Off brengen Cand voor het altaar, met de passen.
Cand
overhandigt driehoek aan de ZG.
ZG:
U weet allen, Broeders, van welk belang het onuitsprekelijke woord is. Laat ons
het in ons keldergewelf bewaren en het ingriffen in het pedestal, dat voor
altijd het pedestal der kennis zal zijn, Aldus zal het woord uit het gezicht
blijven van profanen.
2
Off lichten kubieke steen op.
ZG
plaatst driehoek op pedestal.
2
Off bedekken weer met kubieke steen.
ZG,
maakt het koord van de Cand los: Ik bevrijd u van de banden der ondeugd, zodat
in de toekomst niets u kan tegenhouden op uw weg van deugd en waarheid.
2
Off doen Cand knielen. De een reikt aan ZG de troffel, de ander houdt de schaal
gereed.
ZG,
doopt troffel in schaal en houdt hem even op voorhoofd van Cand:
Mogen uw bedoelingen zuiver zijn!
Off
droogt voorhoofd af.
ZG,
als voren, nu op lippen: Moge uw mond zich slechts openen voor
woorden, die uw broeders van nut zijn.
Off
droogt.
ZG,
als voren, nu op hart: Moge uw geweten altijd onberispelijk blijven
en mogen uw
handelingen zich
richten op de kennis der waarheid.
Off
droogt en helpt Cand overeind.
ZG:
Geleid nu deze broeder naar de tafel der broden.
2
Off doen dat.
ZG:
Broeder, drink dan nu met uw broeders uit dezelfde bokaal en breek gezamelijk
hetzelfde brood. Daardoor leren wij, dat vrijmetselaren zich versterken door een
hechte band van onderlinge bijstand.
2
Off breken brood met Cand en drinken met hem. Brengen daarna Cand.: dan weer
voor ZG.
ZG,
doet aan linker ringvinger van Cand een gouden ring:
Broeder …, deze ring is een pand van het verbond, dat ge met ons hebt
gesloten. Mogen uw voornemens even zuiver en duurzaam zijn als het metaal,
waarvan hij is gemaakt.
Tot
allen:
Laten wij ons dan nu naar de Tempel begeven om daar schoonheid te vinden en dank
te brengen aan de O:.B:.d:. H:.
2
Off brengen Cand langzaam naar het Westen. Ondertussen worden pedestal en
kubieke steen verwijderd.
1e
Opz: *.
2e
Opz: *.
ZG:
*.
Cer
ontsteekt licht en verwijdert transparanten.
De
sluier in het Oosten wordt verwijderd, zodat de 7-armige kandelaar en alle
andere kostbaarheden daarachter zichtbaar worden. Er wordt ook muziek gemaakt.
ZG:
Broeders Offerdienaren, breng de Br. ... naar het Oosten om daar de voleinding
van zijn inwijding te ondergaan.
2
Off brengen Cand naar het Oosten.
ZG
gaat met Cand naar binnen en geeft hem lontstokken om de kaarsen op de
kandelaren te ontsteken. Dat doet de Cand gedurende drie maal rondgang om de
kandelaar. Bij de eerste keer de bovenste, dan de middelste en tenslotte de
buitenste.
ZG
verlaat met Cand de ruimte, bekleedt dan Cand met cordon, sjerp en schootsvel:
Mijn broeder, evenals in de voorafgaande graden hebben wij hier teken, woord en
aanraking.
Het Teken is dat
van Extase. Het wordt gemaakt door de armen op schouderhoogte uit te strekken,
ellebogen haaks omhoog, duimen haaks, handpalmen naar voren, het hoofd licht
naar links gebogen en de rechtervoet naar achteren geplaatst.
In orde staan wij
met de geopende rechterhand op de linkerschouder, handpalm naar buiten.
Hiervanuit wordt het sjerp-teken gemaakt door die hand schuin langs het lichaam
naar de rechterheup te trekken. Dit teken dient ook als begroeting en om het
woord te vragen. Het antwoordteken begint gelijk, doch eindigt door de
rechterarm recht naar beneden te brengen naar de linkerheup en dan horizontaal
naar de rechterheup.
De aanraking
bestaat uit het elkaar driemaal toereiken van de rechterhand, De eerste zegt:
BERITH (verbond) het antwoord is NEDIB (belofte), waarop de eerste weer:
SCHELEMOTH (volmaken).
De passen zijn 3 -
5 - 7 - 9 zoals u ze zojuist al hebt gemaakt naar het Oosten. Die passen stellen
het afdalen van de trap voor; zij worden zijdelings gemaakt wegens gebrek aan
ruimte, De eerste drie passen beginnen met de linkervoet, dan vijf rechts, zeven
links en drie maal drie achtereenvolgens van rechts, links en rechts, de laatste
pas in de vorm van een winkelhaak.
Het woord is Shem
Hamm Phorasch; het is de onverklaarbare naam, die dient om de naam van vier
letters, ofwel het Tetragrammaton uit te drukken.
Het paswoord is
EL-HHANAN dat betekent God zij dank.
Ga u dan nu bekend
maken bij de broeders, te beginnen met de Groot-Opzieners.
2
Off geleiden Cand naar Opzieners, die hem vragen stellen.
ZG
geeft daarna*: Broeders ik kondig u aan, dat van nu af aan de Br ... zal
worden erkend als Groot-Uitverkoren Meester en lid van dit college van Schotse
Meesters.
1e
Opz:
Broeders ik kondig u aan, dat van nu af aan de Br. ... zal worden erkend als
Groot-Uitverkoren Meester en lid van dit college van Schotse Meesters.
2e
Opz:
Broeders ik kondig u aan, dat van nu af aan de Br. … zal worden erkend als
Groot-Uitverkoren Meester en lid van dit college van Schotse Meesters.
ZG:
Broeders volgt mij na in het applaus van 3 - 5 - 7 - 9 en 3 x Vivat!
Cand
geeft applaus terug.
ZG:
Br. …, alles is nu veranderd voor uw ogen. Nieuwe symbolen zijn aan alle
kanten te zien. Hun toepassing wordt meer voelbaar. Versaag niet bij uw
voortgaand streven naar meer inzicht en u zult ongetwijfeld de ware bedoelingen
ontdekken.
Neem nu onder ons
plaats en luister naar de lering, die ten gehore zal worden gebracht.
Cand
gaat zitten.
Bouwstuk over de
geschiedenis van de Tweede Orde, die van Schots Meester.
De moordenaars
waren gestraften de werkzaamheden spoedden ten einde. De grote koning wachtte
nog de taak om op een veilige en geheime plaats de werkelijke naam aan te
brengen van de Opperbouwmeester des Heelals. De letters van die naam waren al
geruime tijd bekend, al vanaf de verschijning op de berg Horeb, op een stralende
driehoek.
De uitspraak ervan
was aan het volk niet bekend. Volgens de overlevering vond die eenmaal per jaar
plaats. De hogepriester sprak de naam uit door hem te spellen. Hij was daarbij
omringd door al degenen, die recht hadden om hem te horen. Gedurende die
plechtigheid had het volk de opdracht om een hoop lawaai te maken, zodat het
woord niet tot hun oren kon doordringen. Salomo meende het te moeten weergeven
in een onderaardse ruimte van de Tempel, als een onbewegelijk symbool, Hij had
onder het Heilige der Heiligen een geheim gewelf laten maken. In het midden
daarvan plaatste hij een driehoekig voetstuk, dat hij het altaar der wetenschap
noemde. Men kwam beneden langs een trap met 24 treden, waarin een rustbordes was
telkens op de 3e, 5e, 7e en 9e trede. Die trap was alleen bekend aan
Salomo en aan de meesters, die eraan gewerkt hadden.
Hiram had het
woord gegrift op een driehoek van het zuiverste metaal, Maar uit vrees, dat dit
woord verloren zou gaan, droeg hij de driehoek altijd bij zich, aan een koord om
de hals. De beschreven zijde was dan naar zijn borst gekeerd ende achterzijde
naar buiten, Daaraan zag men niets anders dan een glad en glimmend oppervlak,
Bij de op hem gepleegde aanslag was het hem gelukt zich van de kostbare driehoek
te ontdoen. Hij had kans gezien hem in een put te werpen, die zich in de
zuidoosthoek bevond. Salomo uitte de vrees, dat de kostbare driehoek in profane
handen was gevallen en gaf opdracht ernaar te zoeken, Drie meesters hadden het
geluk hem te ontdekken. Toen zij tegen het middaguur bij de put langs kwamen,
bemerkten zij daar onderin iets, dat schitterde. Een van de drie daalde, met
behulp van zijn beide makkers in de put af en vond daar wat ze eigenlijk
zochten. Buiten zichzelf van vreugde meldden zij zich bij Salomo. Toen hij de
driehoek zag, deed Salomo een pas achterwaarts, hief de handen in bewondering
ten hemel en riep uit: ELHHANAM (God zij dank).
Hij riep terstond
de 15 Uitverkorenen en de 9 meesters bijeen, die aan het gewelf gewerkt hadden.
Vergezeld van deze en van de drie meesters, die de ontdekking hadden gedaan,
daalde hij in het geheime gewelf af, deed de driehoek inleggen in het midden van
het altaar en deed die driehoek vervolgens bedekken met een in vierkant gesneden
agaat Op de bovenkant daarvan deed hij het plaatsvervangend woord ingriffen.
Op de onderkant
kwamen alle geheime woorden van de vrijmetselarij te staan. Op de vier zijkanten
tenslotte, kwamen de derde machten van getallen te staan, waardoor de agaat wel
genoemd werd: de kubieke steen. Salomo deed voor het altaar drie kandelaars
plaatsen met elk negen kaarsen, die met een eeuwig vuur brandden. Hij verklaarde
de aanwezigen de orde wet, waarbij het verboden was om de naam van de
Opperbouwmeester uit te spreken. Nadat hij van hen allen de onverbrekelijke
belofte had ontvangen, dat zij nooit of te nimmer zouden openbaren wat zojuist
geschied was, noemde hij het een heilig gewelf en deed hij de ingang daarvan
verzegelen. Het geheime ervan was slechts bekend aan de 27 Uitverkorenen en hun
opvolgers. Zij zwoeren een eeuwig verbond en ten getuige daarvangaf Salomo hen
elk een ring van het zuiverste metaal. Teruggekeerd in de Tempel, bewonderden
zij allen de schoonheid van dat werken dankten de Opperbouwmeest er des Heelals.
Nadat Salomo overleden was, kozen zij zelf bestuurders, volgens hun reglementen,
en zij bleven steeds toegewijd aan het voortbestaan van het werk.
De Tempel werd
verwoest door de Assyriers: de bouwmeesters bleven. Een nieuwe Tempel werd
opgericht. Zij waren het, die daarmee belast werden. Dit tweede bouwwerk ging
ten onder tijdens Titus; zij bleven onbekend, maar voortdurend verenigd. Nieuwe
bouwwerken werden bekend in Palestina. Na een ongelukkige oorlog stichtten zij
verscheidene nuttige gebouwen en deugdzame verenigingen. Overal zag men hen
uitblinken in deugdzaamheid. Aan het hof, in het leger, in de raadkamer des
konings, in het heiligdom van de rechtspraak, overal gebruikten zij hun kennis
ten bate van een betere maatschappij en voor menselijkheid. Aaneengesmeed door
hun gelofte, hadden zij dezelfde ervaringen; zij waren de toeverlaat van de
onschuld, wrekers van de misdaad, stut en steun van de staten, gesel der
misdadigers en hoeders der vroomheid. Zo waren de doeleinden van de ware Schotse
Vrijmetselaren.
Frankrijk, Italie,
Engeland, Zweden, Palestina en Egypte zijn er vaak getuigen van. Assyrie zal
zich voor altijd de gewaagde heldendaden herinneren van Bohemon, de verrassende
inname van Antiochie, dat ontrukt werd aan het wrede Arabie. Hun heldhaftige vol
harding zal Egypte bijblijven. Damascus was het toneel van hun werkzaamheid.
Woestijnen zullen
getuigen zijn van hun diepgewortelde kennis. Palestina en Jeruzalem zijn getuige
van de intocht van Lodewijk IX. Die streken hebben de ongewapende soldaat
aanschouwd, die met zijn tranen de aarde bevloeide, die geheiligd werd door het
verblijf van zoveel illustere personages.
Engeland en
Schotland zijn getuige van hun bewonderenswaardige instellingen, die de deugd
eren, de ondeugd voorkomen ende waarheid verkondigen.
Zweden is getuige
van de deugden van Uldarik en die van de ridders uit zijn tijd.
De graven getuigen
nog door het stof in de kisten, hoeveel strijders-vrijmetselaren de
onderscheidingstekenen van hun genootschap hebben gedragen.
Hoeveel
verenigingen van gastvrijheid danken niet hun ontstaan aan onze verlichte
voorgangers. Wij zien daar nog maar een zwakke afspiegeling van. Zo is het lot
van de menselijke instellingen.
De tand des tijds
knaagt zowel aan ordes als aan metalen. Overdenk wie wij geweest zijn en wat wij
vandaag voorstellen. Nu gij zijt toegelaten, mijn broeder, tot die verheven
graad, raad ik u aan om zonder ophouden te blijven zoeken naar Waarheid. Bewijs
aan minder onderwezen vrijmetselaars, dat gij hun kunt voorgaan door uw
voorbeeld, uw werkzaamheid en uw deugdzaamheid.
Leergesprek
Vraag: Wie heeft u
hierheen geleid, broeder?
Antwoord: Mijn
plichtsbesef en mijn verlangen om hogere kennis te verwerven.
V: Wat brengt gij
met u om dat waardig te zijn?
A: Een zuiver
hart, volijverig gericht op deugd en waarheid.
V: Waar hebt u
gewerkt?
A: In een
onderaards gewelf.
V: Waar bevindt
zich dat?
A: Het werd in he
t geheim gebouwd onder het geheimzinnigste deel van de Tempel.
V: Waartoe diende
dat geheime gewelf?
A: Om een kostbare
schat te bevatten.
V: Waar was die
geplaatst?
A: De kostbare
driehoek, waarop de vier letters van de onuitspreeklijke naam waren gegraveerd
werd ingelegd in het marmeren pedestal, geplaatst in het midden van het gewelf,
en bedekt met de kubieke steen.
V: Wat was die
kubieke steen?
A: Een vierkant
gesneden agaat, waarop de woorden van de koninklijke kunst waren aangebracht.
V: Hoe ontcijfert
men de letters die erop staan?
A: Door ze volgens
de kunst te lezen.
V: Hoe werd u
binnengebracht?
A: Met 3 - 5 - 7 -
9.
V: Wat is u toen
overkomen?
A: Ik werd op
strenge wijze beproefd.
V: Aan welke
beproevingen heeft men u onderworpen?
A: De punt op het
hart en het staal in de nek, zo heb ik gewillig mijn harstocht en opgegeven.
V: Was dat vol
doende om te worden toegelaten?
A: Neen. Nadat ik
was gereinigd werd ik uitgezonden om op zoek te gaan en aldus mijn toelating te
verdienen.
V: Bent u geslaagd
in uw speurtocht?
A: Door een
bijzondere gunst en onverwachte verlichting heb ik de kostbare schat ontdekt.
Toen ben ik teruggekeerd met die in de hand en in de zelfde toestand als waarin
ik de ontdekking had gedaan.
V: En wat was den
wel het voorwerp van uw zoeken?
A: Kennis van de
kunst om te vol maken, datgene wat onvolmaakt is, en om tot de schat van ware
moraal te geraken.
V: Wat werd uw
beloning?
I A: k werd
bevrijd van de band der ondeugd. Mij werd toen achtereenvolgens op het
voorhoofd, de lippen en het hart de troffel gedrukt, die was gedoopt in een
daartoe speciaal bereid vocht. Ik heb daarna deelgenomen aan het banket der
Groot-Uitverkorenen en ik heb het pand van een nieuw verbond ontvangen.
Tenslotte ben ik ontvangen in een plaats van licht en glorie, waar mijn
werkzaamheden een einde namen.
V: Waaruit bestond
dat vocht?
A: Uit melk, olie,
wijn en meel.
V: Wat betekenen
die bestanddelen?
A:
Zachtmoedigheid, wijsheid, kracht en schoonheid, vier eigenschappen, die in het
bijzonder horen bij een Groot Uitverkorene.
V: Hoe worden de
loges van Groot-Uitverkoren Schotse Meesters genoemd?
A: Loges van hoge
wetenschappen en verheven arbeid.
V: Hoe komt men
daarbinnen?
A: Door
vastbeslotenheid van hoofd en hart.
V: Wat is hun
eerste plicht?
A: Eerbiedig de
maconnieke wetten in acht nemen, gezonde moraal beoefenen en hun broeders
bijstaan.
V: Hoeveel lichten
zijn er?
A: Drie maal
negen.
V: Wat stellen ze
voor?
A: De
onuitdoofbare lichten, die in het geheime gewelf geplaatst waren.
V: Waarom wordt de
benaming "Geheim Gewelf" bij de opening vervangen door die van
"Heilig Gewelf" bij de sluiting?
A: Dat is omdat
het alleen maar onder die laatste naam bekend gebleven is, nadat de schat erin
was geplaatst.
V: Waarheen reizen
de Groot-Uitverkorenen?
A: Naar alle delen
der wereld om er de ware wetenschap te verbreiden.
V: Wat is uw
leeftijd?
A: Negen jaar.
V: Waarom staat
het getal 81 in zo hoog aanzien onder ons?
A: Omdat dat het
getal is, dat de meeste maconnieke combinaties bevat en omdat het, in termen van
de koninklijke kunst, het drievoud is van de kubus van drie, ofwel het meest
uitgebreide vierkant.
ZG:
Br: 1e Groot Opziener, vanwaar komt gij?
1e
Opz:
Ik ben terug van mijn speurtocht.
ZG:
Wat brengt gij met u?
1e
Opz:
Een kostbare schat.
ZG:
Waar hebt gij die geplaatst?
1e
Opz:
In een geheime en onbereikbare plaats.
ZG:
Hoe bent u daar gekomen?
1e
Opz:
Door 3 - 5 - 7 - 9,
ZG:
Waarom die plaatsing daar?
1e
Opz:
Om in geval van nood de juiste letters van de onuitsprekelijke naam en alle
geheimen van de Vrijmetselarij te kunnen terugvinden.
ZG:
Wat neemt u hiervandaan mee?
1e
Opz:
De beloning voor mijn volharding en een intens verlangen om die te blijven
beoefenen.
ZG:
Wat heeft die ten doel?
1e Opz: De glorie van de O:
B: d: H:
ZG:
Wat is uw leeftijd?
1e
Opz:
Negen jaar.
ZG:
Hoe laat is het?
1e
Opz:
Middernacht, het uur om onze werkzaamheden te beeindigen.
ZG:
Dewijl het middernacht is, het uur om onze werkzaamheden te beeindigen, verzoek
ik u, Broeders Groot-Opzieners om aan te kondigen, dat ik de Loge van Groot
Uitverkorenen in het Kapittel … ga sluiten met de gebruikelijke slagen van 3 -
5 - 7 - 9 en dat daarna het heilig gewelf wordt gesloten.
1e
Opz:
Broeders, op last van de Zeer Grote kondig ik aan, dat hij deze Loge van
Groot-Uitverkorenen gaat sluiten.
2e
Opz:
Broeders, op last van de Zeer Grote kondig ik aan, dat hij deze Loge van
Groot-Uitverkorenen gaat sluiten.
ZG:
Broeders, volgt mij na 3 - 5 - 7 – 9.
Het heilig gewelf
is gesloten.