Rituaal voor de Graad van Ridder Kadosh, Ridder van de Zwart-Witte Adelaar

Deze tekst van dit  rituaal stamt uit 1909. Tegenwoordig wordt een versie gebruikt die op een aantal punten afwijkt van deze versie. Op deze site staat ook een recente amerikaanse versie van dit rituaal.


Opening
De Commandeur geeft één slag, welke door de Prior en de Preceptor wordt herhaald.
Command\ : Eminente Preceptor, verzeker u, dat de Tempel behoorlijk is gedekt.
Prec\ : Bevelhebber der Wachters, wil zien of de Tempel behoorlijk is gedekt. Geschiedt.
Bevelh\ : Eminent Prior, de Tempel is gedekt.
Prior: Zeer Eminent Commandeur, de Tempel is gedekt.
Command\ : Bbr\ Prior en Preceptor, wilt u verzekeren of alle aanwezige Bbr\ Groot Uitverkoren Ridders Kadosh zijn.
In Orde, Bbr\ !
Prior: Zeer Eminent Commandeur, alle aanwezige Bbr\ , zowel in de Noorder- als in de Zuiderkolom zijn Groot Uitverkoren Ridders Kadosh en hebben recht om onder ons zitting te nemen.
Command\ : Br\ Prior, hoe oud zijt gij?
Prior: Honderd jaar en meer.
Command\ : Wat moet gij zoeken?
Prior: Het Licht der Vrijheid.

Command\ : Waarom zijn wij Ridders Kadosh?
Prior: Om zonder ophouden de onderdrukking te bestrijden en de Tempel te herbouwen.
Command\ : Eminent Preceptor, op welk uur kan een Commandeur der Kadosh de werkzaamheden openen?
Prec\ : Als de nacht aanvangt.
Prior: Daar de schaduwen van de nacht ons veroorloven om in veiligheid te arbeiden, wil dan, Eminente Bbr\ Prior en Preceptor, de Ridders die onze dalen sieren, uitnodigen zich voor te bereiden om de werkzaamheden te openen.
Prec\ : Officieren en Ridders die mijn dal siert, de Zeer Eminente Commandeur verzoekt u om u voor te bereiden om de werkzaamheden te openen.
Command\ : In Orde, Bbr\ ! Allen staan op en stellen zich in orde.
Ziet op mij, geeft het Teken en de slagen! Geschiedt.
De werkzaamheden zijn geopend.

Inwijding
eerste deel

Command\ : Eerwaarde Ceremoniemeester, wil u buiten de Raadzaal begeven en de Bbr\ , die toelating verlangen tot de 30e Graad, binnenleiden.
Cer\ Mr\ begeeft zich naar de neofieten, neemt degene die de inwijding zal ondergaan, bij de hand en geleidt hem voor de buitenpoort van de Voorhof, waar hij aanklopt als Ridder van St. Andreas van Schotland. De andere neofieten plaatsen zich achter hem; onder hen bevindt zich het lid van het consistorie die de rol van Squin van Florian vervult; hij draagt ook de versierselen van de 29e Graad.
Command\ : Eminent Prior, wil zien wie daar aanklopt.
Prior, na de vraag en het antwoord te hebben overgebracht: Zeer Eminent Commandeur, het is de Eerwaarde Ceremoniemeester met Ridders van St. Andreas van Schotland. Hij wenst ze voor te stellen aan de Raad, opdat zij ondervraagd kunnen worden.
Command\ : Vraag hen, hoe zij heten en wat zij van ons verwachten.
Prior, na de vraag en het antwoord te hebben overgebracht: Deze Ridders heten . Het zijn Ridders van St. Andreas van Schotland en zij vragen de Raad het voorrecht toegelaten te worden tot de Graad van Ridder Kadosh.
Command\ : Bbr\ , wij kunnen geen voorzorgen genoeg nemen. Laten wij ons verzekeren dat zij waardig zijn om in te gaan in onze Aeropage. Men geleide hen in de Voorhof.
Cer\ Mr\ geleidt de neofieten voor het gordijn dat de ingang van de Raadzaal verbergt.
Command\ : Ridders van St. Andreas van Schotland. Ik moet u eerst vragen mij te beloven, op uw eer als mens en als Vrijmetselaar, dat gij nooit aan enig profaan, noch aan enig Br\ van lagere graad iets zult onthullen van hetgeen gij zult gezien of gehoord hebben in de loop van deze plechtigheid. Neemt gij deze verplichting op u?
De neofieten antwoorden.
Command\: Bbr\ , ik zal niet de geschiedenis herhalen van de Orde van de Tempel, die de Vrijmetselarij heeft verkozen tot hoofdonderwerp van haar 30e Graad.
Gij weet, hoe in het jaar 1118 twee wapenbroeders van Godfried van Bouillon in Palestina, Hugo de Payens uit de Champagne en de Vlaming Godfried de Saint-Omer, zich met zeven andere ridders, wijdden aan de bescherming van de pelgrims, die de heilige plaatsen in Palestina wilden bezoeken. Aan de voet van de resten van de Tempel van Salomo namen zij de titel aan van Arme Soldaten van de Tempel. Tien jaren later constitueerden zij zich definitief als militaire en tegelijkertijd religieuze Orde. Vóór de eeuw ten einde was bezaten zij in Palestina een werkelijk leger en overdekten zij Europa met hun burchten en kerken.
Mij rest om u mede te delen hoe in de boezem van deze Orde het College van de Kadosh, waarvan gij de geheimen wenst te doorgronden, tot stand gekomen is.
Gij kunt wel denken dat de Ridders van de Tempel niet tevergeefs gedurende twee eeuwen vertoeft hebben in dat oude Oosten, waar eenmaal de boom bloeide van de Kennis van goed en kwaad. Uit hun aanraking met de scholen, die dichter stonden bij de wieg van de Christelijke overleveringen, die meer doortrokken waren met de oude beschaving en meer gevorderd in de Gnosis, hebben zij leringen getrokken, waarvan zij de overdracht willen verzekeren door onder elkaar het College der Kadosh te vormen, dat beweert aan de oude symbolen een aanvullende en afdoende verklaring te kunnen geven.
Deze leringen hebben wij u aan te bieden. Denkt er over na: niet zonder ware krachtsinspanning, zelfs niet zonder een zeker harteleed, offert de mens het geloof op, dat hem eigen is geworden, als is het ook om hogere opvattingen te omhelzen. Zijt gij besloten om, indien uw rede het eist, en uw geweten er in berust, dan dit offer te brengen?
De neofieten antwoorden.
Uw antwoord toont aan dat gij de onthullingen in uw vorige inwijdingen niet beschouwt als afdoende en zelfs niet als voldoende. De arbeid die gij tot hiertoe hebt vervolgd van graad tot graad, met een inzicht en een ijver die u waardig gemaakt heeft om heden deel te nemen aan het bekronen van het gebouw, is u altijd voorgesteld als de bouw van de Tempel, waarvan de kolommen zich hier voor u verheffen. Tussen deze vertoont zich het verhevenste der zinnebeelden, waarin men u geleerd heeft het symbool te eren van de scheppende en wereldverlossende macht.
Welnu, wij zullen van u eisen, dat gij deze kolommen omverwerpt en over de brokstukken daarvan heengaat en het symbool, dat de ingang van het Heiligdom beheerst met voeten treedt. Voorwaarts!
Het bevel wordt door de Kand\ uitgevoerd. Het gordijn valt met de kolommen en in de Tempel wordt de dubbele ladder met zeven sporten zichtbaar en op de achtergrond het symbolieke Tableau van het onderricht in deze Graad.
De Cer\ Mr\ geleidt de neofieten in het Heiligdom, terwijl hij hen doet gaan over het gordijn, dat ter aarde is gevallen. De Ridders volgen bij het tonen van een triomf fanfare en stellen zich op voor de ladder. De Officieren hernemen hun zetels.
Command\ : Toen gij werd aangenomen als Ridders van de Zon, heeft men u doen gaan door zeven sferen. Deze sferen, die de ware Jakobsladder vormen, symboliseren de loopbaan van de zeven planeten die zich om de zon bewegen.
De dubbele ladder met de zeven sporten, die zich heden voor u verheft, verenigt niet meer de hemel met de aarde, maar gaat uit van de aarde, om op de aarde neer te komen.
De zeven opgaande sporten stellen de hiërarchie der wetenschappen voor die ons het heelal doen kennen; de zeven neerdalende sporten roepen de voornaamste deugden voor u op, waarvan de beoefening ons doet bijdragen tot het geluk van onze gelijken: de twee series, die elkander aanvullen stellen voor: de ene de opvoeding van de geest, de andere die van het hart.
Red\ : Op de twee balken van de ladder zijn respectievelijk de volgende woorden geschreven: 'Aheb Eloah', Liefde tot de Godheid en 'Aheb Kerobo', Liefde tot de Mensheid; twee gevoelens, bestemd om verwisselbaar te zijn indien de mens God erkent in hetgeen het best is in de mens.
De eerste sport van de opgaande serie vermeldt de Wiskunde, dat wil zeggen de studie van de eenvoudigste en tevens algemeenste verschijnselen; die betrekking hebben op maat (meetkunde), getal (rekenkunde) en op de krachten in werkzaamheid of rust (werktuigkunde).
De tweede sport is gewijd aan de Sterrenkunde, de studie der hemellichamen, die veronderstelt de kennis van de Wiskunde.
De derde heeft betrekking op de Natuurkunde, de studie van de onbewerkte lichamen en van hun eigenschappen, afgescheiden van chemische en organische verwantschap.
De vierde heeft betrekking op de Scheikunde, de studie der verbindingen en oplossingen, die energie in werking stellen welke is opgehoopt in atomen.
De vijfde heeft betrekking op de Fysiologie, die de studie omvat van de levende stof; onverschillig of deze zich voordoet in het plantenrijk (plantkunde), in het dierenrijk (dierkunde) of zelfs in het mensenrijk (kennis van het menselijk lichaam).
De zesde heeft betrekking op de Psychologie, die steunt zowel op de objectieve studie van de levende lichamen en hun psychische openbaringen als op de innerlijke opmerking van de verschijnselen van verstand, gemoed en wil.
Tot slot heeft de zevende betrekking op de Sociologie, dat wil zeggen de meest samengestelde studie van alle, die de wetten bestudeert volgens welke samenlevingen geboren worden en zich ontwikkelen. Zij omvat de Zedenkunde en het aankweken van maconnieke gevoelens en handelingen. Onder deze takken is één der voornaamste, waarvan sommigen zelfs een achtste sport maken, de Kosmo-Sociologie, dat wil zeggen de kennis der godsdiensten, die niet alleen de studie omvat van de verenigingen van mensen tot een godsdienstig doel, maar ook de studie van de bestaande betrekkingen tussen de werkelijke of veronderstelde bewoners van het heelal, tussen het geheel der wezens in de samenstelling der werelden en uiteindelijk de betrekkingen van de mens in de natuur met de Opperbouwheer des Heelals.
Gij kunt het geheel van die kennis bezitten en toch nog onvolmaakt zijn, indien gij daaraan niet de deugd toevoegt, die eerbied voor uzelf is en de barmhartigheid, die naastenliefde is.
Aan de keerzijde van de ladder vindt gij op iedere sport een woord geschreven dat u achtereenvolgens de hoedanigheden voorhoudt waarvan beoefening noodzakelijk is om de titel te verdienen van Kadosh, dat wil zeggen Heilige of Reine.
Oprechtheid, Geduld, Moed, Voorzichtigheid, Rechtvaardigheid, Verdraagzaamheid, Toewijding.
Command\ : Wij hebben u nu de ladder doen beklimmen van alle kundigheden die thans verkregen kunnen worden door opmerkzaamheid.
Wij hebben u de deugden geleerd waarvan de beoefening stempelt tot braaf mens en volmaakt Vrijmetselaar. Toch bezit gij nog niet het laatste woord van het Heelal.
Dit woord is de positieve wetenschap onmachtig u te leveren, want zij verheft zich niet boven het betrekkelijke en het tijdelijke. Zelfs wanneer zij alle verschijnselen van de Energie heeft samengevat, heeft zij nog slechts een onbekend grondbeginsel voorgesteld met behulp van een beeld, teweeggebracht door ons eigen bewustzijn in ons eigen subjectieve gevoelen en ontleend aan de werking der spieren.
Welke werkelijkheid verbergt zich achter dat symbool?
Het absolute is!
Maar zijn ontoegankelijkheid blijft even vaststaand als zijn werkelijkheid; en door dit dubbel karakter vormt het voor ons begripsvermogen, volgens het woord van een groot positivistisch filosoof 'een oceaan, voor welke wij noch schip noch zeil hebben, maar waarvan de klare visie even heilzaam als schrikwekkend is'.
Daar, waar de wetenschap ophoudt, hebben de godsdiensten ons hun geleide naar het onkenbare aangeboden. De Vrijmetselarij van haar kant heeft u de hiërarchie van haar graden doen doormaken, met de telkens hernieuwde en telkens teleurstellende belofte u het geheim van het 'Woord' te doen kennen.
Zo zijt gij ertoe gebracht, om de Tempel op te bouwen, die gij zojuist hebt omvergeworpen. Doch, wat gij omvergeworpen hebt is niet de godsdienst, niet de Vrijmetselarij, het zijn zelfs niet de eenvoudige of vernuftige symbolen, waarin de mensheid op verschillende plaatsen en in enige duizendjarige tijdperken de hoogste strevingen van haar verbeelding en van haart hart heeft belichaamd. Wat gij van u hebt geworpen is het geloof, dat deze symbolen enige waarde zouden hebben buiten de gedachten die men erin legt en de bewering, dat de Opperbouwheer des Heelals zou besloten kunnen zijn tussen de kolommen van een Tempel, zelfs al ware het de Tempel van de Vrijmetselarij.
Op die vergankelijke overblijfselen kunt gij nu de zending van de Ridder Kadosh volvoeren door te arbeiden aan het opbouwen van de Tempel, die niet afhankelijk is van steen of van cement, omdat het de Tempel is van het Ideaal.
Op de achtergrond van het Heiligdom, achter de ladder der praktische kundigheden, ontwaart gij een geheimzinnige lichtbron, die zich alleen door zijn stralen openbaart. Zodanig is het wellicht het beste symbool in de absolute werkelijkheid, waarvan de logica het bestaan eist, terwijl men door de gedachte alle beperkingen van duur en uitgestrektheid opheft. Daar is een beeld, dat tegelijkertijd de godsdienst en de wetenschap kunnen aanvaarden.
Indien deze werkelijkheidonkenbaar is, kunnen wij tenminste haar wijze van werking in tijd en ruimte bepalen. Dat is het, wat wij in de vorige Graad de 'Logos' genoemd hebben. Dat is het, wat men in de symbolieke taal van de tegenwoordige wijsbegeerte de Energie noemt. Zelfs hier nog zijn wij onmachtig om de innerlijke natuur van dit eerste grondbeginsel te ontdekken.
Toch kunnen wij, en dat is wellicht nog belangrijker, vaststellen dat de Energie werkt volgens vaste wetten, die toegankelijk zijn voor ons begripsvermogen. Wij symboliseren die door een lichtende Kroon, gelijk aan die, welke aan de sterrenkundigen bij totale zonsverduisteringen de glorie onthult van de onzichtbare ster.
Doordat de Energie zich verdicht in de ether, door een reeks van palen, waarvan de wetenschap begint een voorgevoel te krijgen, heeft zij het atoom doen geboren worden, waarin zij zich openbaart onder de tweeledige vorm van verdichte kracht en levende kracht. De eerste doet zich kennen als een weerstand biedend punt in de ruimte - dit is de stof -; de tweede openbaart zich door die wijzen van werkzaamheid, die in elkander kunnen overgaan en die wij beweging, warmte, licht, elektriciteit willen noemen. Dit is de kracht in zijn veelvuldige en nog onvolkomen gekende uitingen. Dit atoom of deze monade stellen wij voor volgens een beeld, dat het veelvuldigst gediend heeft, om de vereniging weer te geven van de twee oorspronkelijke beginselen door een cirkel, onderverdeeld in twee delen van verschillende kleur; het ene deel rood gekleurd, heeft betrekking op de stof of verdichte Energie; het andere blauw gekleurd, heeft betrekking op de eigenlijke krachten of de werkzame Energie.
De omtrek van de cirkel is getekend als een kabel, gevlochten uit twee koorden, die beurtelings wederom twee kleuren voortbrengen; het oud symbool van het maconnieke verbond hier benut om een allegorische voorstelling te geven van de twee grondbeginselen, voortgesproten uit de geheimzinnige Schepper.
Zich ontrollend uit zichzelf tot aan het punt waar het vervolg ervan ons ontgaat, stelt deze kabel de gnostieke slang daar, waarvan de kronkelingen de vijf cyclussen ontsluiten in welke de, voor onze zinnen bevattelijke voortschrijdende ontwikkeling van het Heelal zich voortzet:

1. Eerst de cyclus van aantrekkingskracht, waarin de krachten overheersend zijn die uit de kosmische wervelstromen, de nevelvlekken te voorschijn treden, benevens de sterren, zonnen en planeten met hun wachters, de asteroïden, kometen en de miljarden sterren, die hun banen beschrijven in het oneindige hemelruim.
2. Dan de cyclus van de kristalvorming waarin, met behulp van de fysische en chemische krachten talloze molekulen zich groeperen en hun plaats vinden volgens een plan, dat de verschijning van het leven doet voorgevoelen.
3. De cyclus van het leven, die nieuwe vorm van werkzaamheid, die de strekking heeft om zich uit te breiden in alle richtingen en die van deze uitbreiding zelf de hoogste wet der levende schepselen maakt.
4. De cyclus van het bewustzijn, waarin het wezen, door zich te onderscheiden van de omringende wereld, bezit neemt van zichzelf en door deze verovering het voorspel speelt van zijn inbezitname van de natuur.
5. De cyclus van de plicht, waarin de mens, het helder begrip verkregen hebbende van zijn noodzakelijke betrekkingen met zijn gelijken en met het heelal, vrijwillig van de verwezenlijking van die betrekkingen het hoofdonderwerp van zijn lotsbestemming maakt. In deze cyclus beweegt zich de Vrijmetselarij.
Zo verschijnt de Energie waardoor de werkelijkheid zich onthult, die het Heelal schraagt in de morele zowel als in de fysische wereld, als de eeuwige macht, die arbeidt voor harmonie.
Red\ : De verschillende godsdiensten, wier symbolen de Vrijmetselarij u tot dusverre voor ogen heeft gevoerd en toegelicht, hebben u de Wet van de Plicht onderwezen. Maar zij hebben u de raad gegeven om het goede te doen, niet alleen te gehoorzamen aan een Goddelijk bevel, doch ook om uw persoonlijk geluk te grondvesten.
Hier in de laatste graad der maconnieke openbaring zeggen wij u, dat gij, in het nastreven van het goede, u moet afscheiden van uw bezorgdheid voor het hiernamaals, evenzeer als van uw aardse belangen. Het voorschrift van de plicht is absoluut, of het is niet.
Gij moet uw plicht doen, omdat het uw plicht is, dat is het hoogste gebod van de Vrijmetselarij. Zo verstaan wij de geest der Ridderschap in zijn hoogste opvatting en daarom bevindt zich een Riddergraad in het toppunt der Maconnieke inwijding.
Een ander voortvloeisel van onze leer is, dat de metafysische en godsdienstige stelsels slechts onvolmaakte pogingen zijn om de absolute waarheid te bereiken en dat derhalve geen hunner zich in het bezit van de volledige en afdoende waarheid kan achten. Alle hebben een gelijk recht om de formulering te gebruiken die zij goed achten en ieder mens in het bijzonder kan aan hun symbolen de betekenis hechten die hem belieft. Zoals Pierre de Bononia, de Procureur-Generaal van de Tempel het uitdrukte bij het verlaten van de folterkamer: 'Het grootste goed dat de mens geschonken is om te bezitten, is gewetensvrijheid'. Dit goed, kostbaar boven alles, eisen wij niet alleen voor onszelf op, wij willen het anderen ook toestaan, maar nog, wij verlangen het te beschermen en te verdedigen ten behoeve van allen aan wie het zou betwist worden, al ware het door onze vrienden.
Squin de Florian, te voorschijn tredend uit de groep neofieten: De kerk staat boven gewetensvrijheid!
Command\ : Gewetensvrijheid staat boven de kerk
Squin de Florian: Dat is godsloochening en profanatie!
Omstanders, hun degens grijpend: Verraad! Doodt hem!, Doodt hem!
Command\ : Men schende hem geen haar op zijn hoofd! Wat ook zijn bedoeling is geweest toen hij zich bij ons aanmeldde, Squin de Florian heeft het recht om onze overtuiging niet te delen.
Prior: Zeer Eminent Commandeur, gij hebt de kreet gehoord die hem is ontsnapt. Tussen belediging en verklikking ligt een groot verschil. De Koning loert op onze bezittingen. De Paus vreest onze onafhankelijkheid. Eén woord in het oor van onze vijanden zou voor hen het lang gezochte voorwendsel zijn en voor ons verbanning en folteringen betekenen.
Command\ : Wij moeten de grondbeginselen die wij verkondigen, weten te eerbiedigen. Squin de Florian heeft zich te goeder trouw kunnen vergewissen in de strekking onzer mysteriën. Hij heeft zo straks met zijn metgezellen de eed afgelegd, dat hij het stilzwijgen zal bewaren omtrent alles wat hij hier zou kunnen zien of horen. Wij hebben het recht niet om zijn Ridderwoord te wantrouwen.
Prec\ : Boven gewetensvrijheid de bevelen van de kerk stellen is dat niet hetzelfde als zich bereid te verklaren tot het snoodst verraad, indien Rome meineed pleegt?
Omstanders: Doodt hem! Doodt hem!
Command\ : Wij hebben niet het recht om aan onze veiligheid het leven op te offeren van een mens die uit volle vrije wil tot ons is gekomen. Het enige dat wij doen kunnen, is Squin de Florian over te laten aan zijn eergevoel, zijn geweten, zijn lot en hem voor het laatst te wijzen op het heilige van zijn eed. De namen der meinedigen en verraders zal vervloekt zijn in eeuwigheid.
Omstanders: Zo zij het!
De Cer\ Mr\ laat Squin de Florian vertrekken.
Command\ , zich richtende tot de neofieten: Bbr\ , weet, dat het nog tijd is om u terug te trekken, indien gij aarzelt om nieuwe verplichtingen op u te nemen. Meer dan ooit zult gij, door de verplichting te aanvaarden om te strijden voor de vrijheid, u blootstellen aan gewelddadige of stille vervolgingen, die u zullen zoeken te treffen in uw bezittingen, uw persoon, uw eer of uw gezin. Blijft gij niettemin bij uw voornemen?
De neofieten antwoorden.
Command\ : Omgordt dan de wapenrusting van de Ridder Kadosh.
De Cer\ Mr\ geleidt de neofieten naar de Voorhof, waar hij de Kand\ de helm, de mantel en de sporen laat aandoen.

tweede deel

Duisternis heerst in de Tempel. Het venster, beschut door een doek, wordt geacht op een plein uit te zien.
De Cer\ Mr\ , vergezeld van de neofieten, klopt aan de Tempelpoort als Ridder Kadosh.
Command\ : Wie komt ons storen in onze droefheid?
Bev\ van de Wacht, de deur half openend: Het zijn Tempelridders, die zich komen aanmelden voor de verdediging van het recht en de vrijheid.
Command\ : De toegang tot de Tempel worde hun verleend. Tot de neofieten: Verwondert u niet, dat gij ons ziet verzonken in droefheid en in rouw. Een grote gerechtelijke misdaad is gepleegd. Een verrader heeft ons verkocht.
Wij hebben onze Judas gevonden onder het vizier vaan een Ridder, onze Herodes onder de kroon van een koning, onze Pilatus onder de tiara van een Paus. Op 13 oktober 1307 zijn alle Tempelridders van Frankrijk, op aanklacht van Squin de Florian, gevangen genomen op bevel van een vorst, die hun goederen belaagde, beroofd van hun bezittingen, in de kerker geworpen en aan verhoor onderworpen.
Reeds vijfentwintig van de onzen zijn omgekomen onder hun folteringen en zestig hebben de brandstapel bestegen. Clemens V, medeplichtige van Filips de Schone, heeft die maatregelen uitgestrekt over de gehele Christenheid en op onwettige wijze de opheffing van de Orde gedecreteerd. Tenslotte is onze Grootmeester Jacques de Molay veroordeeld tot de laatste strafvoltrekking omdat hij bekentenissen, door bedrog verkregen, heeft teruggenomen.
De doodsklok begint te luiden; de Zeer Eminent Commandeur begeeft zich naar venster en trekt het gordijn weg. Stemmen buiten komen nader onder het zingen van het 'De Profundis'.
Heraut (buiten): Hoort, hoort, hoort goede lieden! Vanwege onze zeer geëerde Heer, Filips, bij de gratie Gods Koning van Frankrijk, doen wij u kond en de te weten, dat Jacques de Molay, voorheen grootmeester van de voormalige Orde van de Tempel, en Godfried de Charney, voorheen Preceptor van genoemde Orde voor Normandië, verbrand zullen worden om vespertijd, als ketters, verstokte zondaren en afvalligen, hun gedachtenis wordt vervloekt en hun as wordt verstrooid in de wind.
De vlammen van de brandstapel werpen hun schijnsel in de zaal.
Command\ : In Orde, Bbr\ ! Een rechtvaardige gaat sterven.
De stem van Jacques de Molay: Op het ogenblik dat ik ga omkomen in de vlammen, daag ik u beiden, u, Clemens binnen veertig dagen en u, Filips, binnen een jaar voor de rechterstoel van ons aller Rechter. Heer, zij mij genadig en doe mij recht.
De vlammen doven, de doodsklok zwijgt.
Command\ : De dagvaarding heeft haar uitwerking gehad. Filips en Clemens zijn van hun misdaden verantwoording gaan doen in de tijdsverlopen, vastgesteld door hun slachtoffer. Maar de voorspelling heeft verderstrekkende gevolgen gehad. Van de drie ellendelingen, die de ondergang van onze Orde hebben voltooid, ziet gij hier alles wat over is.
De command\ ontbloot de drie schedels.
Het graf van Clemens V is in 1577 geschonden door Calvinisten; dat van Filips de Schone in 1793 door Jacobijnen. Hun overblijfselen werden verbrand of over de weg verstrooid, terwijl Jacques de Molay in ere werd hersteld door het nageslacht en de eerbetuigingen heeft ontvangen, verschuldigd aan zijn heldhaftigheid in het aangezicht van de dood.
Het borstbeeld van Jacques de Molay, gekroond met palmtakken, wordt onthuld en het licht verspreid zich in de Tempel.
Command\ : De streken in rust!
Tot de neofieten: Gij ziet, dat onze toestand zeer veranderd is. Wij hebben onze rijkdommen en ere-ambten verloren.
Voortaan leven wij in openlijke strijd met de theocraten en despoten van de gehele wereld. De gevaren die wij hebben voorzien, zijn werkelijkheid geworden. Voor de derde maal vraag ik u: blijft u bij uw verlangen om ons lot te delen in voor- en in tegenspoed?
De neofieten antwoorden.
Red\ : De Orde was niet zo geheel vernietigd, als haar vervolgers gehoopt hadden.
Enige Ridders besloten zich terug te trekken in Portugal, waar zij, onder bescherming van Koning Denis, de Orde van Christus stichtten. Daar schijnt echter de geheime leer van de Tempelieren verdwenen te zijn in de loop van de overbrenging, dan wel opgeofferd te zijn aan het verlangen om de vijandschap van de Roomse Kerk te ontwapenen.
Anderzijds heeft Schotland, zoals wij reeds in de vorige graad gezien hebben, eveneens toevlucht geboden aan de bannelingen, die er de Orde van St. Andreas van Schotland hebben gesticht.
Door de Graad van Ridder Kadosh in de hiërarchie van de graden te doen volgen op die van Ridder van St. Andreas, hebben diegenen die de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus hebben georganiseerd, stilzwijgend erkend, dat die Graad een verdere schrede voorwaarts voorstelt in de kennis van de waarheid. Deze Graad heeft niet alleen betrekking op de reorganisatie van de verbannen Orde, maar ook op de wraak die deze tracht te nemen op haar vervolgers.
Command\ : Opvolgers van de Tempelieren van de 14e eeuw, hebben wij niet opgehouden hun wraak voort te zetten? Zijt gij genegen om ons te helpen in die arbeid?
De neofieten antwoorden.
Command\ : Verneemt evenwel, dat die wraak niet doelt op ijdele weerwraak. Wij verstaan onder het wreken van Jacques de Molay en zijn medemartelaren, het onafgebroken aanvallen van de misbruiken waaraan zij ten offer zijn gevallen, het onophoudelijk bestrijden van het godsdienstig of politiek despotisme, onverschillig of het van boven of beneden komt, of het zich incarneert in een Paus of een monnik, in een vorst of een volksmenner, in een aristocraat die zich alle veroorloofd acht krachtens geboorte of rijkdom of in een volksmassa, die de rechten van het individu miskent, omdat zij het getal en de kracht voorstelt.
Deze wraak is neergekomen op het hoofd van Clemens V, niet op de dag waarop zijn beenderen ten vure gedoemd zijn door de Calvinisten uit de provincie, maar op de dag, waarop Luther half Europa heeft opgewekt tegen het Pausdom in naam van de rechten van het geweten.
Deze wraak is neergekomen op het hoofd van Filips de Schone, niet op de dag waarop zijn overblijfselen zijn verstrooid over de weg van St. Denis door een opgewonden volksmenigte, noch zelfs op de dag waarop zijn laatste afstammeling, die met de absolute macht was bekleed, trad uit de Tempel, toen staatsgevangenis geworden, om het schavot te beklimmen, maar op de dag waarop de Franse Constituante, in het aangezicht der tronen, de Rechten van de Mens en Staatsburger heeft afgekondigd. Onze arbeid is verre van beëindigd. Nooit heeft de vrijheid, sinds zij de grondslag van het moderne recht is geworden, groter gevaar gelopen. Haar beginsel zelf wordt in twijfel getrokken, niet de godsdienstige en monarchale reactie alleen tracht het verloren terrein te herwinnen. Ook de vleiers van het soevereine volk doen hun best om het te overtuigen, dat het geluk gelegen is in de partijgangers voor het vrije onderzoek die, ontrouw aan hun eigen beginsel, ervan dromen om aan het despotisme de wapenen te ontlenen, om hun tegenstanders te verpletteren.
Ook de volkeren, die meester geworden van hun lot, voortaan elkaar worgen in naam van het recht van de sterkste. Ook de ongegronde voorrechten, de gewelddadige werkstakingen, de aanslagen op de vrijheid van arbeid, de verscherping van partij, de scherpe kloven van klasse en ras, die de 20e eeuw der Blijde Boodschap dreigen te vervormen tot een echte hel.
Dat zijn de tegenstanders, die gij u moet verbinden om met ons te bestrijden. Overigens luidt uw belofte als volgt:
Ik zweer plechtig te zullen gehoorzamen aan de statuten en reglementen van de Orde. Zij zullen mij tot regel en Wet zijn.
Wijzende op het doodshoofd met de Koningskroon: Nooit zal ik, onder welk voorwendsel dan ook, gemene zaak maken met een regeringsmacht, wier despotisme de rechten van het individu miskent.
Wijzende op het doodshoofd met de tiara: Nooit zal ik, onder welk voorwendsel ook, gemene zaak maken met het geestelijk despotisme, dat het geweten en de gedachte in boeien sloot, dat de oprechte twijfel het eerlijk geloof als misdaad aanrekent.
Wijzende op het derde doodshoofd: Nooit zal ik, onder welk voorwendsel ook, uit persoonlijk belang, of zelfs uit klasse- of partijbelang, het algemene recht en de vrijheid van allen verraden.
In Orde, Ridders!
Eerwaarde Ceremoniemeester, ontplooi de Banier!
De Cer\ Mr\ brengt de Banier over de neofieten. De Command\ komt van de Troon af, strekt de degen uit naar de neofieten en vraagt hen: Zijt gij bereid die eed af te leggen Br\ ?
De neofieten antwoorden bij het oproepen van hun naam: Dat zweer ik.
De Command\ geeft ieder van hun een slag op de beide schouders met het lemmet van zijn degen, vervolgens kust hij hen op het voorhoofd. Hij gaat naar de Troon terug.
Command\ : Ter ere van de Opperbouwheer des Heelals, krachtens de bijzondere opdracht van de Opperraad voor het Koninkrijk der Nederlanden, benoem ik u tot Groot Ingewijde, Ridder Kadosh, Ridder van de Zwart-Witte Adelaar en verleen ik u alle rechten en voorrechten aan deze Graad verbonden.
Hij overhandigt een degen aan de Kand\ en zegt tot hem: Omgord u deze degen, die uw wapenrusting voltooit. Gij zult die niet trekken, dan na rijp overleg, gij zult hem niet eerder weer in de schede steken dan na recht gedaan te hebben. Onze wapens zijn niet de dolk van de struikrover, het mes van de beul, de steker van de lasteraar. Onze wapens zijn de pen en het woord, de invloed die ieder rondom zich kan uitoefenen, het voorbeeld van eerbied voor de vrijheid van anderen, het reiken van de hand aan hem, die verdrukt wordt in zijn gewetensvrijheid of aangetast in zijn rechten. Weet ze te gebruiken.
De streken in rust!
Ik moet u thans de Woorden, Tekens en Aanrakingen mededelen, waardoor de Ridders Kadosh elkander herkennen.
Het Teken wordt gebracht door de rechterhand eerst op het hart te plaatsen, vervolgens op de rechterknie, die wordt omvat.
De Aanraking wordt gegeven door elkander eerst met de rechterwijsvinger twee tikjes te geven op het eerste lid van de pink. Dat duit op twee verraders. Vervolgens vat men de rechterhand van de Onderzoeker met de vijf vingers van de uitgestrekte hand.
Het Paswoord is Nekam, het antwoord is Menachem.
Het Heilig Woord is Nekamah Baelim. Het antwoord daarop is Pharas Kol, waarop de eerste weer zegt: Adonaï.
Eerwaarde Ceremoniemeester, geleid de nieuw-aangenomen Ridders naar de Eminent Prior en Preceptor, opdat deze zich verzekeren dat de nieuwe Ridders de Woorden, Tekens en Aanrakingen kennen.
Geschiedt.

Catechismus

V. Toen gij tot Ridder van het Licht werd aangenomen, onder welke vorm verscheen u toen de Scheppende en Bewarende Macht van onze wereld?
A. In de vorm van de Zon, bron van warmte, licht en leven.
V. Was deze openbaring afdoende?
A. Neen, want ik heb geleerd dat de Zon zelf slechts een afspiegeling is van een geheimzinnige lichtbron.
V. Zou deze lichtbron het middelpunt van het Heelal zijn?
A. Het oneindige kan geen middelpunt hebben.
V. Hoe hebt gij dan de hoogste Macht ontdekt?
A. Ik heb het ware Evangelie gespeld. Ik heb de ladder der 7 wetenschappen beklommen. Ik heb de kolommen van de Tempel omvergeworpen en ik heb het symbool van het Heiligdom onder de voet getreden.
V. Wat hebt gij aan de overzijde waargenomen?
A. Duisternis, die door sterrengeflonker werd onderbroken.
V. En boven deze duisternis?
A. Daar heb ik de verschijnselen van Hemel en Aarde zich zien rangschikken, gelijk een goed bestuurd leger, dat opmarcheert ter overwinning op een ideale vesting.
V. En boven die verschijnselen?
A. Daar heb ik de wezenheden leren begrijpen, waaraan de menselijke taal de namen heeft gegeven van atoom en kracht, stof en geest.
V. En boven die wezenheden?
A. Daar heb ik de trillingen van de onophoudelijke en oneindige Energie bemerkt, die zich beweegt in de eindeloze Ether.
V. En boven deze Energie?
A. Daar heb ik de hoogste werkelijkheid gevoeld, die noch stof, noch geest is, maar waaruit geest en stof voortkomen.
V. Zeg mij zijn naam
A. Het Hoogste Wezen is onnoembaar.
V. Beschrijf mij zijn natuur!
A. Het Hoogste Wezen ontsnapt aan elke bepaling
V. Zeg mij tenminste, hoe het zich openbaart!
A. Door het heersen van wet in de morele zowel als in de stoffelijke wereld.
V. Kunt gij mij nu het laatste woord van de Vrijmetselarij zeggen?
A. Samenwerking tot stichting van hetgeen de profeten noemen het Koninkrijk Gods.
V. Wat is dat Koninkrijk?
A. de vrijwillig aanvaarde regering van Rechtvaardigheid, opgewekt door de Rede en belevendigd door de Liefde.
V. Zullen wij de komst daarvan beleven?
A. Ja, zo wij het in ons tot werkelijkheid weten te maken en rondom ons het te doen verworden.
V. Welke bijzondere taak hebben de Ridders Kadosh op zich genomen in het goddelijk werk?
A. Zij strijden voor vrijheid, zonder welke orde slechts dienstbaarheid is, en in het bijzonder voor gewetensvrijheid.
V. Waartoe deze voorkeur?
A. De gewetensvrijheid is niet alleen een natuurlijk recht dat voortspruit uit ons vrij oordeel, doch ook een logisch en noodzakelijk gevolg van onze onmacht, om ons het absolute voor te stellen, anders dan door onvolmaakte en voor volmaking vatbare symbolen.
V. Waarvandaan hebben de Kadosh hun leerstellingen?
A. Uit het Oosten, waar zij de ware vertolking van de Blijde Boodschap hadden gevonden, indien men geloof mag hechten aan de overlevering van onze Orde.
V. Welk doel beoogt het?
A. Het bouwen van de derde Tempel te hervatten en het lijden van de martelaren te wreken.
V. Hoe vatten de Ridders Kadosh de vervulling van die dubbele taak op?
A. Door het regerings- en kerkelijk despotisme onder alle vormen en bij alle gelegenheden te bestrijden.
Overal waar een recht geschonden is, al mocht het zijn ten nadeel van de verachters van de wet, moet de Kadosh zich verheffen om het te verdedigen. Dat is de hoogste plicht van e moderne Ridder en de volmaakte Vrijmetselaar.
Command\ : Dat is onze plicht!
Omstanders, de hand aan hun degens slaande: Die zullen wij vervullen!

Sluiting

Command\ : Eminente Prior en Preceptor, wilt aan de Ridders, die onze Dalen sieren, vragen of één hunner iets in het midden heeft te brengen in het belang van de Orde in het algemeen of van deze Raad in het bijzonder.
Prior: Ridders in mijn Dal, de Zeer Eminent Commandeur vraagt of iemand iets in het midden heeft te brengen in het belang van de Orde in het algemeen of van deze Raad in het bijzonder.
Prec\ : Ridders in mijn Dal, de Zeer Eminent Commandeur vraagt of iemand iets in het midden heeft te brengen in het belang van de Orde in het algemeen of van deze Raad in het bijzonder.
Indien een Ridder het woord verlangt wordt hem dat verleend. Als dit niet (meer) het geval is:
Prec\ : In mijn Dal wordt het stilzwijgen bewaard.
Prior: In beide Dalen wordt het stilzwijgen bewaard.
Command\ : Eerwaarde Ceremoniemeester, laat de armenbus rondgaan! Geschiedt.
Command\ : Eminente Prior , hoe laat is het?
Prior: De nacht spoedt zich ten einde, de ochtendschemering breekt aan, de stralen van de Zon zullen weldra de toppen van de bergen met gouden gloed overgieten.
Command\ : Op welk uur zijn de Ridders Kadosh gewoon hun werkzaamheden te sluiten?
Prior: Bij het aanbreken van de dag, Zeer Eminent Commandeur.
Command\ : Waarom bij het aanbreken van de dag?
Prior: Om onze plannen beter te verbergen voor de kwaadwilligen.
Command\ : Welke zijn deze plannen?
Prior: Weerstand bieden aan onderdrukking en bedrog door woord, pen en degen; het volk steunen tegen zijn tijdelijke en geestelijke tirannen.
Command\ : Eminente Prior, welke deugden moeten wij beoefenen om die plannen te bereiken?
Prior: Arbeid, Geduld en Moed.
De Command\ klopt * *, beantwoord door de Prior en de Prec., herhaald door de Command\ .
Command\ : Ziet op mij, Officieren en Ridders!
Allen geven het Teken en de slagen.
Command\ : In naam en ter ere van de Opperraad voor het Koninkrijk der Nederlanden van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus, krachtens de macht, mij verleend als Commandeur van deze Raad van Ridders Kadosh, verklaar ik de werkzaamheden gesloten.
Laat ons heengaan in vrede, maar geeft mij, voor wij scheiden, dat gij niets van de werkzaamheden van deze dag zult onthullen.
De Command\ plaatst zich voor de Troon, neemt zijn degen bij het lemmet en houdt het gevest vooruit. De Ridders strekken de rechterhand uit naar het gevest en zeggen
Allen: Dat zweer ik!

 


Home