Rituaal voor de graad van Patriarch Noachiet ook genaamd Pruisisch Ridder

 

Dit rituaal dateert uit de tweede helft van de negentiende eeuw. In deze graad wordt in Nederland niet gewerkt.



De Ridders houden de herinnering levendig aan de verwoesting van de Toren van Babel. De heidenen kenden de Ridders Noachieten ofwel afstammelingen van Noach onder de naam van de Titanen, die de hemel wilden bestormen om Jupiter te onttronen.
Maar de Pruisen, vereerders van de Opperste Bouwmeester des Heelals, verzamelden zich elk jaar in de nacht van Volle Maan in Maart om de spraakverwarring en de onenigheid van de werkers aan de Toren van Babel te gedenken.
Het was de periode van een groot wonder van de Schepper en van de dag van Vergelding. Bovendien hielden de Ridders een Kapittel elke maand in de nacht van Volle Maan, op een afgelegen plaats, en zij konden alleen maar volgelingen aannemen bij Volle Maan.
Het Kapittel moet zijn samengesteld uit zeven Ridders-officianten. Desnoods zijn drie Pruisische Ridders genoeg om een Kapittel te vormen voor Opneming van een nieuweling.
De Noachieten stammen af van Peleg, Groot Bouwmeester van de Toren van Babel. Zo is hun orde verscheidene eeuwen ouder dan de oorsprong van de Vrijmetselaren, die afstammen van Hiram Abiff.
Vr de Kruistochten waren beide Ordes strikt gescheiden en onze stond in hoog aanzien in Palestina. De Ridders Prinsen Vrijmetselaren lieten zich aannemen en uit erkentelijkheid verlangen de Noachieten sindsdien dat alle kandidaten zijn verheven tot Meester in de Blauwe Vrijmetselarij.
De statuten van de orde, die zich in de archieven van de Koning van Pruisen bevinden, eisen zelfs dat een Aannemeling bewijst dat hij een bestuursfunctie in een regelmatige Loge heeft bekleed.

Inrichting van het Kapittel

Er is een grote kamer nodig in een afgelegen huis, met een groot venster op zodanige plaats dat het licht van de Volle Maan goed kan binnenschijnen. Er is een namaak-hemelgewelf aan het plafond. Ander licht mag niet worden toegestaan.
Volgens de statuten van de orde is het verboden om een Tafelloge te houden. Maar omdat men de nieuwe Ridders alleen kan onderrichten bij enig kaarslicht, kan de Luitenant-Commandeur, die de enige is die over de tekst van het Leergesprek beschikt, terwille daarvan een Tafelloge voor Gezellen van Hiram houden. Dat bestaat uit enige vruchten en men mag er niets opdienen dat geleefd heeft.

Opening van het Kapittel

De Luitenant-Commandeur opent het Kapittel met drie gelijke, langzame slagen. De Ridder Inspecteur antwoordt met n slag op de knop van zijn Degen.
Lt\ Comm\ :
In Orde, Ridders!
Alle Ridders doen dat.

Nadat hij enige vragen heeft gesteld, zegt de Lt\ Comm\ :
Kondig bij de Ridders aan dat het Kapittel is verlicht!
De Ridders hernemen hun plaatsen.
De Ridders beschouwen de Maan en de Sterren totdat de kandidaat buiten de deur is aangekomen. Hij moet worden aangediend met ontbloot hoofd, zonder Degen, Meesterschootsvel en witleren handschoenen.
De Geleider die hem als beschermer dient slaat drie gelijke, langzame slagen. De Dekker antwoordt met n enkele slag en meldt de Inspecteur dat er aan de deur wordt geklopt als Pruisisch Ridder. Deze brengt de boodschap over aan de Luitenant-Commandeur, die de Dekker opdraagt om te zien wie daar aanklopt. Die opent de deur en vraagt fluisterend aan de Geleider Woord, Teken en Aanraking van de Orde. Dan sluit hij de deur weer en vertelt zachtjes aan de Inspecteur dat het de Geleider is, die toegang verlangt en die de goede antwoorden heeft gegeven. De Inspecteur brengt dat met luide stem over aan de Luitenant-Commandeur.
Lt\ Comm\ :
In dat geval, Broeder Inspecteur, vraag de Broeder Geleider wat die Vrijmetselaar, afstammeling van Hiram, verlangt.
De Inspecteur gaat naar de deur, geeft n slag en de Geleider antwoordt met drie gelijke, langzame slagen.

De Dekker opent en de Inspecteur vraagt aan de Geleider wat hij verlangt.

Deze antwoordt, dat hij wordt vergezeld door een Meester en afstammeling van Hiram, die als het de Luitenant-Commandeur behaagt, verlangt te worden aangenomen als Pruisisch Ridder.

De Inspecteur doet hiervan verslag aan de Luitenant-Commandeur die opdracht geeft om hem binnen te laten met de drie Meesterpassen en hem dan weer naar de deur aan de binnenzijde van het Kapittel terug te brengen.

Lt\ Comm\ :
Ridder Geleider, staat u in voor de Meester, die u ons voorstelt?
Geleider: Ik sta voor hem in als voor mijzelf. Hij is Meester-Vrijmetselaar en een nazaat van Hiram.
De Luitenant-Commandeur verlaat zijn plaats, gaat de kandidaat het Meester-Woord afvragen en omhelst hem dan op de gebruikelijke wijze. Vervolgens richt hij het woord tot de Ridders:
Ik stel u een Meester-Vrijmetselaar voor, een nazaat van Hiram, die verlangt om tot Pruisisch Ridder te worden aangenomen. Stemt u daarin toe?
Terstond nemen de Ridders hun Degen ter hand en zonder een woord te zeggen richten zij de punt op de borst van de kandidaat. De Geleider zegt voor hem, dat hij volhardt in zijn verlangen, als de Luitenant-Commandeur en de Ridders ermee instemmen.

Namens het hele Kapittel zegt de Luitenant-Commandeur dan:
Mijn dappere Ridders en ik stemmen erin toe, mits u voor uw verdere leven afziet van elke vorm van hoogmoed.
Kand\ : Dat doe ik.
Lt\ Comm\ : Laat ons dan beginnen met een daad van nederigheid.
Dan leidt de Geleider, bijgestaan door de Inspecteur, de kandidaat tot aan de voeten van de Luitenant-Commandeur met drie grote kniebuigingen met de linkerknie.
Als hij is aangekomen buigt hij voor de Luitenant-Commandeur, die hem opdracht geeft om de knop van zijn Degen te kussen. De kandidaat blijft nog steeds geknield.
Vervolgens levert de Redenaar een Bouwstuk op over de hoogmoed van de kinderen van Noach en over de nederigheid van degene die zijn fouten erkent.
Als dat gebeurd is, laat de Luitenant-Commandeur de kandidaat opstaan en alle Broeders, met de Degen in de hand, maken het Meesterteken.
Lt\ Comm\ :
Belooft u op uw eer als Meester-Vrijmetselaar, nazaat van Hiram, om de geheimen die ik u ga meedelen, te bewaren, en wel onder 3 voorwaarden:
De eerste is dat u nimmer aan enig nazaat van Adam de geheimen van onze Orde zult openbaren tenzij u hem erkent als Vrijmetselaar.
De tweede is dat u gedienstig en toegeeflijk zult zijn tegenover alle Ridders van onze Orde.
De derde is dat u nooit zult toestaan, zelfs niet als uw leven in het geding is, dat iemand het Juweel van onze Orde draagt tenzij hij zich aan u doet kennen als Pruisisch Ridder.
Kand\ :
Dat zweer ik en ik verbind mij op de genoemde voorwaarden. 

Historisch Bouwstuk

De Regenboog was het Teken van het Verbond dat de Heer met de mensheid sloot, waarmee Hij hun verzekerde dat Hij ze niet meer met een Zondvloed zou straffen. Desniettemin besloten de nakomelingen van Noach om een Toren te bouwen die hoog genoeg zou zijn om hen te beschermen tegen Goddelijke vergelding. Zij kozen daarvoor een vlakte uit in Azi, genaamd Sennaar.
Tien jaar nadat zij de grondvesten voor dat bouwwerk hadden gelegd richtte de Heer, zo zegt de Schrift, Zijn oog op de Aarde, bezag de hoogmoed van de mensenkinderen en daalde af naar de Aarde om hun overmoedige plannen tegen te werken en Hij bracht spraakverwarring onder de werklieden. Daarom noemt men die Toren van Babel, dat betekent verwarring. Enige tijd daarna werd daar een stad gevestigd door Nimrod. Dat was de eerste die onderscheid tussen de mensen had gemaakt. en hij had zelfs de rechten en erediensten die aan de Heer toekwamen, gewroken. De stad werd Babyloni genoemd, dat wil zeggen Stad van Verwarring. Het was in de nacht van Volle Maan in maart dat de Heer dat wonder volbracht en als herinnering daaraan houden de Ridders Noachieten hun grote vergadering ieder jaar bij Volle Maan in Maart.
De werklieden verstonden elkaar niet meer en waren gedwongen om uiteen te gaan. Iedereen zocht een goed heenkomen. Peleg, die bet idee voor het bouwwerk had ontwikkeld, en die er de leider van was, was daardoor ook de meest schuldige. Hij legde zichzelf een strenge straf op. Hij trok zich terug in het Noorden van Duitsland waar hij aankwam na heel wat pijn en moeite die hij moest doorstaan in verlaten streken waar hij slechts wat wortels en wilde vruchten tot voedsel vond.
In het deel dat Pruisen wordt genoemd bouwde hij wat hutten om zich wat te behoeden tegen weer en wind, en ook een Tempel in de vorm van een Driehoek waarin hij zich opsloot om de barmhartigheid des Heren af te smeken en om voor zijn zonden te boeten.
Bij het wegruimen van puin, op onderzoek in de zoutmijnen van Pruisen, op 15 ellen diep, in het jaar 553, vond men de resten van een driehoekig bouwsel. Daarin bevond zich een witmarmeren plaat waarop deze hele geschiedenis in het Hebreeuws was opgeschreven. Opzij daarvan vond men een grafmonument van zandsteen,waarin stoffelijke resten lagen en een stuk agaat waarop het volgende grafschrift stond:
Hier rust de as van onze Grote Bouwmeester van de Toren van Babel. De Heer was hem genadig omdat hij nederig is geworden.
Al deze gedenktekenen bevinden zich nu bij de Koning van Pruisen. Het grafschrift zei niet dat Peleg die Bouwmeester was, maar de geschiedenis op de marmaren plaat leert ons dat Peleg een zoon was van Heber, wiens vader een zoon was van Arphascad, en die was weer een zoon van Sem, de oudste zoon van Noach.
Ziedaar Ridders het grote Geheim van onze Orde, dat aan geen Adamskind bekend is. Ik heb het u met genoegen toevertrouwd. Ongeluk over u, als u het zou wagen om loslippig te zijn. Wees uiterst zorgvuldig en beoefen in een voorkomend geval de nederigheid naar het voorbeeld van onze Grote Bouwmeester.
Alle Ridders steken de Degen weer op en de Luitenant-Commandeur laat aan de Aannemeling diens wapen teruggeven. Hij tooit hem met het Juweel van de Orde en laat hem de kleding van Vrijmetselaar, nazaat van Hiram uitdoen, omdat hij nu die van de Orde krijgt.
De Geleider waarschuwt de kandidaat dat hij nu een paar handschoenen aan de Luitenant-Commandeur moet aanbieden. Als die ze in ontvangst heeft genomen geeft hij Woorden, Tekens en Aanraking aan de Aannemeling, die deze vervolgens gaat brengen aan alle Officianten tegelijk met het hun aanbieden van handschoenen. Dan neemt hij zijn plaats in.
Teken: Toon drie vingers van de rechterhand; de ander doet evenzo; dan neemt hij de vingers van de eerste en zegt: Frederik III; de eerste antwoordt, terwijl hij de vingers van de ander vat: Noach.
Teken van Orde: Hef de armen ten hemel, het gezicht naar het Oosten, waar de Maan opkomt.
Aanraking: Neem de wijsvinger van de Broeder tussen duim en wijsvanger, druk die en zeg: Sem; de ander doet evenzo en zegt: Cham; de eerste begint weer en zegt: Japheth.
Passen: De drie Meesterpassen.
Heilige Woorden: Sem, Cham en Japheth..
Paswoord: Peleg, drie maal achtereen uitgesproken op een onheilspellende toon.
Slagen: drie gelijke, langzame slagen.
 

Catechismus

V.: Wie zijt gij?
A.:
Zeg mij wie u bent, en ik zal u zeggen wie ik ben.
V.:
Kent u de kinderen van Noach?
A.:
Ik ken er drie.
V.:
Wie zijn dat?
A.:
Ik zal ze noemen met alle Woorden.
V.:
Begin maar, ik zal vervolgen.
A.:
Sem.
V.:
Cham.
A.:
Japheth.
V.:
Wat beduiden die Woorden?
A.:
De beginletters van het Heilige Woord.
V.:
Geef mij de Aanraking.
A.:
geschiedt.
V.:
Geef mij het Teken.
A.: geschiedt.

V.:
Noem mij het Paswoord.
A.:
Peleg, Peleg, Peleg.
V.:
Kent u de Groot Bouwmeester van de Toren van Babel?
A.:
Hij heette Peleg.
V.:
Wie heeft u zijn geschiedenis verteld?
A.:
De Luitenant-Commandeur van de Pruisische Ridders.
V.:
Waar?
A.:
Op een plaats waar de Maan het licht gaf.
V.:
Had men niet liever andere lichten gehad?
A.:
Nee.
V.:
Dat bouwwerk, die Toren van Babel, was dat een loffelijk werk?
A.:
Neen, zijn voltooiing was niet mogelijk.
V.:
Waardoor?
A.:
Doordat de hoogmoed er de eerste grondslag van was.
V.:
Is het ter navolging van de kinderen van Noach dat u die herinnering bewaart?
A.:
Nee, het is meer om hun fouten steeds voor ogen te houden.
V.:
Waar rust het lijk van Peleg?
A.:
In een graf.
V.:
Is hij verworpen?
A.:
Nee, de Agaatsteen zegt dat de Heer hem genadig was, omdat hij nederig was geworden.
V.:
Hoe bent u aangenomen tot Pruisisch Ridder?
A.: Met drie knievallen, nadat ik de knop van de Degen van de Luitenant-Commandeur had gekust.
V.: Waarom liet hij u drie knievallen maken?
A.: Om mij in te prenten dat ik mijn hele leven nederigheid zou moeten beoefenen.
V.: Waarom dragen de Ridders een Driehoek?
A.: Ter gedachtenis aan de Tempel van Peleg.
V.: Waarom die neergerichte Pijl?
A.: Als herinnering aan hetgeen de Toren van Babel overkwam. Schootsvel en handschoenen herinneren aan de werklieden van de Toren. Het zwarte Cordon is een Teken van droefenis.
V.: Werkten de arbeiders dag en nacht?
A.: Jazeker, overdag in zonnelicht en s nachts bij maanlicht.

Sluiting

De Luitenant-Commandeur geeft drie slagen.
De Inspecteur antwoordt met n slag op de knop van zijn Degen.
Lt\ Comm\ :
Kondig bij alle hier aanwezige Ridders aan dat het Kapittel wordt verduisterd en dat het tijd is om heen te gaan.
Alle Ridders staan in Orde en zeggen op onheilspellende toon:
Peleg, Peleg, Peleg..
Vervolgens gaat men heen.


Home