Co÷rdinator Inlichtingen en Veiligheidsdiensten


Bij vertrouwelijk Koninklijk besluit van 1 maart 1956 werd de functie van 'Co÷rdinator' ingesteld als opvolger van de 'Commissie van Co÷rdinatie'.

Taak

In dat Koninklijk besluit werd zijn taak omschreven: 'Er is een co÷rdinator, die tot taak heeft het beleid en de werkzaamheden van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten te co÷rdineren. [...]
De co÷rdinator is bevoegd betreffende aangelegenheden de juiste co÷rdinatie der onderscheidene diensten betreffende, na overleg met de betrokken verantwoordelijke Ministers, voorstellen te doen aan de Minister-President, Minister van Algemene Zaken.
Indien de co÷rdinator van oordeel is, dat in het kader van het algemeen beleid aanwijzing of wijziging van taak en/of werkwijze van een der inlichtingen- en veiligheidsdiensten gewenst is, wendt hij zich met een daartoe strekkend voorstel tot de Minister onder wiens verantwoordelijkheid de betrokken dienst is gesteld.'
In het openbare Koninklijk besluit van 5 augustus 1972 werd die taak niet wezenlijk anders omschreven maar in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten wordt de verantwoordelijkheid van de ministers duidelijker omschreven: 
'Artikel 3 Onze betrokken Ministers plegen regelmatig overleg over hun beleid betreffende de diensten en de co÷rdinatie van dat beleid [in de 'MinisteriŰle Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 
Artikel 4 Er is een co÷rdinator van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten die tot taak heeft overeenkomstig de aanwijzingen van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, in overeenstemming met Onze overige betrokken Ministers:
a. het in artikel 3 bedoelde overleg voor te bereiden;
b. de uitvoering van de taken van de diensten te co÷rdineren;
c. Onze betrokken Ministers voorstellen te doen betreffende de uitvoering van de taken van de diensten.'
De Co÷rdinator is lid van de 'MinisteriŰle Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten' (MICIV) en voorzitter-lid van het 'ComitÚ Verenigde Inlichtingendiensten Nederland' (CVIN).
Hij ressorteert onder het Ministerie van Algemene Zaken.

Co÷rdinatoren

Vadm bd F.J. Kist 15 april 1956-31 december 1964;
vadm bd H. Bos 1 januari 1965-31 december 1972;
vadm bd F.E. Kruimink l januari 1973-31 oktober 1983;
genm bd F.H. Alkemade 1 november 1983-31 december 1990;
mr. R.J. Hoekstra 1990-1994;
mr. J.P.M.H. Merckelbach 1994-1998;
mr. L.A. Geelhoed 1998-2000;
drs. W.J. Kuijken 2000-2007:
drs. R. van Zwol 2007-2011:
drs. K. Ollongren 2011-2014.

Nadat de 'Commissie van Co÷rdinatie' op 1 maart 1956 opgeheven was, was de Co÷rdinator de enige persoon die de interdepartementale contacten onderhield. Dit en het gebrek aan een gezamenlijke rapportage werd na korte tijd blijkbaar onvoldoende geacht omdat op 8 mei 1957, door de instelling van het 'ComitÚ Verenigde Inlichtingendiensten Nederland' (CVIN), de oude interdepartementale contacten voor een deel hersteld werden. Het rechtstreekse contact van de hoofden van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten met de Minister-president (via de 'Commissie van Co÷rdinatie') werd niet geprolongeerd; bedoeld contact bestaat nog via de 'MinisteriŰle Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten' (MICIV) maar doordat die commissie meestentijds informeel bijeenkomt, heeft het contact geen praktische inhoud.

Genm F.H. Alkemade legde uit dat hij naast de functie van 'Co÷rdinator' der vijf diensten ook formeel co÷rdinator was van de 'Landmacht Inlichtingendienst' (LAMID), de 'Luchtmacht Inlichtingendienst' (LUID) en de 'Marine Inlichtingendienst' (MARID), hetgeen beschouwd werd als een militaire functie, te vervullen door een oud-militair (een vlag- of opperofficier).
'Het co÷rdineren van de drie militaire diensten vroeg relatief veel aandacht/tijd: binnen ÚÚn ministerie opereerden drie diensten met eenzelfde taakomschrijving, weliswaar voor het eigen krijgsmachtdeel, maar toch altijd met de kans op competentiegeschillen.'
Elke maandelijkse vergadering met de drie diensthoofden werd enkele dagen eerder voorafgegaan door een voorbereidende vergadering met de drie plaatsvervangende diensthoofden.
Na de integratie van de drie militaire diensten tot ÚÚn Militaire Inlichtingendienst verviel dit tweede co÷rdinatorschap en daarmee de voorwaarde dat de co÷rdinator een oud-militair zou zijn.
Naar aanleiding van de verminderde werklast stelde Alkemade voor om de functie van 'Co÷rdinator' te combineren met een andere functie binnen het Ministerie van Algemene Zaken.
Omdat de Secretaris-generaal uit hoofde van zijn functie reeds contacten onderhield met andere ministeries, goed ingevoerd was inzake aangelegenheden van de Inlichtingendienst Buitenland (IDB) en bovendien uitstekend toegang had tot de Minister van Algemene Zaken, werd de functie van 'Co÷rdinator' na het eervol ontslag van Alkemade toegevoegd aan de functie van Secretaris-generaal van het Ministerie van Algemene Zaken (mr R.J. Hoekstra). Zonodig kan echter weer een aparte functionaris benoemd worden als 'Co÷rdinator'.

Instructies voor de co÷rdinator, 1956

Begin 1957 waren er strubbelingen tussen de verschillende inlichtingendiensten. Hierover werd door de Co÷rdinator met de hoofden van de verschillende diensten overlegd. Uit dit overleg is later het ComitÚ Verenigde Inlichtingendiensten Nederland (CVIN) voortgekomen.

Naar aanleiding van spanningen in de wereld (Hongarije, Suez-crisis) hebben de gezamenlijke inlichtingendiensten vanaf november 1956 koortsachtig overleg gevoerd over de toestand in de wereld. Daarover werd met grote regelmaat door de Co÷rdinator Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten gerapporteerd aan de Minister-president en anderen.

Deze verslagen zijn openbaar geworden en terug te vinden in het Nationaal Archief*.
Ze worden ook op deze site gepubliceerd:

 

* Nationaal Archief, Den Haag, Ministeries voor Algemeene Oorlogvoering van het Koninkrijk (AOK) en van Algemene Zaken (AZ): Kabinet van de Minister-President (KMP), nummer toegang 2.03.01, inventarisnummer A 1830.
(onder meer gebaseerd op: Kluiters, F.A.C.: De Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten, 1993)


Home